Vol goede moed

Vol goede moed

Het verhaal van Nadine van Esschoten – Oehlers

Mensen zeggen vaak : “We horen jouw lach en we zien jouw kleuren”. En vragen dan ook vaak hoe ik het allemaal nog zo doe?… “Gewoon, zo ben ik”, zeg ik dan.

Zeventien jaar geleden, ik was toen 55, kwam ik niet meer uit mijn woorden; ik had mijn eerste hersenbloeding gehad. Mijn spraak kwam terug en alles werd weer als vanouds. Ik pakte mijn werk als baliemedewerkster bij een bank in Utrecht weer op en het leven ging door.

Na twee jaar kreeg ik weer een hersenbloeding en ben ik rechtszijdig verlamd geraakt. Om te revalideren kwam ik op een fantastische plek in Doorn terecht. Zoveel verschillende mensen om contact mee te hebben en allemaal hard aan het werk voor het beste herstel. Stap voor stap kwamen er meer functies terug.

Zo ik het nu nog weet, kwam er ineens meer taal terug. Uitspreken van woorden blijft soms nog lastig. Terug bij mijn man in ons geliefde huis, heb ik veel geoefend om weer trap te kunnen lopen. We deden alles samen en hadden alleen voor de schoonmaak een hulp. Samen zijn we er altijd op uit blijven gaan om mooie gebouwen te bekijken en samen te genieten. Na zijn overlijden, wilde ik dat genieten vasthouden.

Ik heb een weekindeling waar ik me fijn bij voel. Drie dagen in de week heb ik voor mezelf. Dan ga ik altijd naar de stad om mensen te kijken en te babbelen. Er komt altijd iemand op me af. De mensen en ook veel kinderen kennen me. Ik houd heel veel van kinderen. Het is jammer dat het niet meer mogelijk is om op de school tijdens het overblijven aanwezig te zijn. Daar genoot ik van.

In contacten benoem ik nooit dat ik afasie heb. Iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om en dat vind ik goed. Ik houd zelf nooit mijn mond omdat ik minder goed uit mijn woorden kom. Als het mij niet lukt, dan lukt het vaak samen wel. En als het vandaag niet lukt om iets te vertellen, dan vertel ik het een andere keer.

Ik heb een paar goede vrienden die me mee op pad nemen om bijvoorbeeld naar musea te gaan en om me thuis te helpen met klusjes. Iedere maandag ga ik eten bij iemand die eerder mijn wandelmaatje was, dat is nu mijn eetmaatje.

Op dinsdag en vrijdag ga ik naar de afasiegroepen van InteraktContour in Utrecht. Ik vind het fijn om daar te komen met mensen die je snappen en hetzelfde hebben meegemaakt. Ik denk dat we elkaar goed aanvoelen, beter dan wanneer je dit niet zelf hebt meegemaakt. Soms ben ik een beetje de mond van andere deelnemers. Daarnaast vind ik bewegen en spel heel erg fijn om te doen met elkaar. Ook hier horen mensen mijn lach.

Ik probeer zo goed mogelijk het nieuws bij te houden. Dat heb ik van mijn moeder meegekregen “Zorg dat je iets van de wereld weet! “, zei ze altijd. Lezen en schrijven lukt me niet meer goed. Maar ik mis het niet echt. Contact hebben en overal naartoe gaan is voor mij het belangrijkste. Zo klein als ik was zei mijn moeder al: “Jij maakt overal contact”, en dat is nog steeds zo. Ik ben onbevangen en wil graag in gesprek ondanks dat ik afasie heb.

Mensen die net als ik een hersenbloeding hebben gehad en afasie hebben wil ik iets goeds toewensen: “ Houd goede moed! Geloof in jezelf, durf en probeer. Al denk je soms het lukt niet…. Toch even doorgaan, het kan vaak echt verbeteren.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *